Werkadvocaten

Arbeidsovereenkomst of opdracht

26 augustus 2021 Uitleg van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht afhankelijk van positie opdrachtnemer

Het is vaak onduidelijk of er tussen partijen een geldige opdrachtovereenkomst is gesloten of dat er toch sprake is van een arbeidsovereenkomst. De herkwalificatie achteraf in een arbeidsovereenkomst heeft grote gevolgen. Niet alleen financieel omdat er alsnog belasting en premies moeten worden afgedragen, maar ook juridisch. Een werknemer is nu eenmaal veel meer beschermd dan een opdrachtnemer. Denk dan alleen maar aan het ontslagrecht. Uit de rechtspraak van de afgelopen jaren kan worden afgeleid dat de titel van de overeenkomst en de bedoeling niet doorslaggevend is. Er moet worden gekeken naar wat beide partijen beoogden bij het sluiten van het contract  en de wijze waarop feitelijk aan het contract uitvoering werd gegeven. Dit is de hoofdlijn sinds een belangrijk arrest uit 1997  (Groen/Schoevers). Het gaat vooral om hoe de overeenkomst wordt uitgevoerd. Ook in november 2020 is dit bevestigd door de Hoge Raad (X/Gemeente Amsterdam). Er moet gekeken worden of de overeenkomst voldoet aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst (de materiële werkelijkheid) en niet de door partijen gecreëerde schijnwerkelijkheid.

Op 5 augustus oordeelde de rechtbank Midden-Nederland in een geruchtmakende zaak waarbij de oud CFO van de Volksbank een beroep deed op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Er was tussen partijen een overeenkomst van opdracht gesloten. De opdrachtnemer was ook benoemd tot statutair bestuurder van de Volksbank. In de overeenkomst van opdracht waren vele arbeidsvoorwaarden opgenomen die typisch horen bij arbeidsovereenkomst, zoals betaling van loonbelasting en premies, doorbetaling van de managementvergoeding bij ziekte en betaling van een dertiende maand, vakantiegeld en vakantiedagen. Als alleen gekeken wordt naar de wijze van uitvoering zou deze overeenkomst snel kwalificeren als een arbeidsovereenkomst.

De Rechter Midden-Nederland ziet in de bedongen “arbeidsvoorwaarden” geen aanleiding om hieruit af te leiden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.  Het gaat hier om het product van onderhandelingen tussen twee gelijkwaardige partijen, waarbij de opdrachtnemer zich gezien zijn positie en professionele achtergrond goed realiseerde dat hij op basis van een overeenkomst van opdracht zou gaan werken en daar eerder geen vragen over heeft gesteld. Een uitspraak waar duidelijk belang wordt gehecht aan de professionele positie van de opdrachtnemer.  Er is in deze situatie geen bescherming van een zwakkere partij nodig.  Uit de pers blijkt dat de opdrachtnemer in hoger beroep gaat. Dus wordt vervolgd.

Om deze discussie te voorkomen is het aan te raden om bij het sluiten van een opdrachtovereenkomst deze ook echt zo uit te voeren en ver te blijven van arbeidsvoorwaarden die gelden voor de echte werknemers.