Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding
Oktober 2024 Het wordt voor werkgevers moeilijker om de werknemer te binden aan een concurrentiebeding.
Uit onderzoek is gebleken dat werkgevers vaak standaard een concurrentiebeding opnemen in de arbeidsovereenkomst. Ook als er geen directe aanleiding of noodzaak hiervoor bestaat, omdat de medewerker geen kennis heeft van concurrentiegevoelige gegevens zoals tarieven of klantdata. Soms wordt het concurrentiebeding ook gebruikt om oneigenlijke redenen, zoals het “vasthouden” van medewerkers in deze krappe arbeidsmarkt. Ook wijkt de Nederlandse regelgeving over het concurrentiebeding sterk af van die van ons omringende landen.
Om het aangaan van niet-noodzakelijk bedingen tegen te gaan en zo de werknemers minder te beperken van baan te wisselen worden de regels strenger. Volgens het wetsvoorstel Modernisering Concurrentiebeding mag een concurrentiebeding of een ander beperkend beding niet langer gelden dan één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. In het beding moet voortaan altijd het gebied worden opgenomen waarin de werknemer niet mag werken tijdens de duur van het beding. Ook moet altijd het zwaarwegend bedrijfsbelang worden gemotiveerd. Ingrijpend is de beoogde wijziging dat de werkgever aan de werknemer een vergoeding moet betalen van maximaal 50% van het maandloon over elke maand dat de werknemer aan het concurrentiebeding wordt gehouden. De werkgever moet uiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst de werknemer op de hoogte stellen of deze aan het concurrentiebeding wordt gehouden en voor hoe lang.
De internetconsultatie over dit wetsvoorstel is afgesloten. Het is de verwachting dat de wet niet eerder dan medio 2025 in werking zal treden.

